Het dorp, deel 31
31. Sociale controle
Men propageert nogal eens dat er in grote(re) steden meer sociale controle zou moeten zijn. Een overleden iemand weken in huis zonder dat iemand iets opmerkt, zal immers niet de eerste keer zijn. Dat is in dorpen beter geregeld, toch?
Je zou kunnen zeggen dat er in de dorpen minder ontgaat als het gaat om ‘ontwikkelingen’ in de buurt. Een dementerende oudere die een stukje begeleiding nodig heeft om weer thuis te geraken heb ik ook wel eens meegemaakt. Of ‘hoe de situatie thuis is’ via omwegen aan buren of andere dorpsgenoten vragen. Is dat oprechte belangstelling of pure nieuwsgierigheid … en hoe geef je er dan vorm aan?
Omdat er in de kleinere dorpen minder te doen is, slaat de verveling wellicht ook toe en dan is een gezellig roddeltje uit de buurt niet verkeerd. Ikzelf heb er niet zoveel mee, maar omdat ik met bepaalde mensen contact heb, wordt mij ook wel een omwonden (en soms ook niet omwonden) gevraagd hoe het er voor staat. Kunnen mensen er iets mee, moeten mensen er iets mee … meestal is het antwoord ‘nee’, maar is wel stof tot een praatje.
Zo had ik laatst op verzoek heel globaal iets aangegeven en binnen enkele dagen kwam het me vele malen ‘sappiger’ weer ter ore. Ik vraag me dan altijd af of iemand er gewoon een eigen interpretatie aan geeft of dat het smeuïger is als je het aangedikt kunt doorvertellen.
Al met al brengt me dat tot de voorzichtige conclusie dat sociale controle op zich niet verkeerd is, maar dat je er ook in kunt doorschieten. Zo erg dat je er mensen mee kunt schaden en dan is het niet veel minder erg dan een oude buur die blijkt te zijn overleden. Ik pleit voor balans … ook als het gaat om sociale controle.