Het dorp, deel 25
25. Aapjes kijken
Als je ergens een tijdje woont en een of meerdere honden hebt, leer je steeds meer mensen kennen die je regelmatig ziet en spreekt. Er gaan dan zaken opvallen. Leuke dingen, minder leuke dingen … in ieder geval zaken die voor mij in het oog springen. Zo werkt mij brein. Een kleine bloemlezing.
Het spreekt voor zich dat menigeen ook wat over mij denkt en dat mag natuurlijk. Andersom dus ook, zoals een oudere dame die haar hondje, als het voor haar niet gaat zoals ze wil, meesleurt. Het is weliswaar een beetje een koppig hondje, maar ook een hondje dat – zoals alle hondjes – lekker wil snuffelen op het grasveld en langs de perkjes. Er ‘wonen’ daar meerdere dieren, honden worden er uitgelaten en voor de vele katten in de buurt is het een grote kattenbak. Daar vindt de oudere dame wat van en het beestje mag, behalve haar poepje en plasje doen, verder niet echt hond zijn. Zelf is de dame inmiddels steeds vergeetachtiger aan het worden en ervaart zaken die er lang niet altijd zijn. Zo heeft ze bijvoorbeeld recentelijk een brandweerauto en daarna een politieauto met sirene langs zien komen in ons dorp. Gegeven het feit dat ik op datzelfde moment naast haar stond, kan ik bevestigen dat er geen politieauto op dat tijdstip in ons dorp geweest is. Toch is ze resoluut in haar uiting dat er een politieauto met hoge snelheid achter de brandweer aanreed. Ik laat haar in die waan, ik weet immers niet wat er precies in haar hoofd omgaat. Bovendien ze doet er niemand kwaad mee.
Als het lukt probeer ik wekelijks langere wandelingen met mijn hondjes te maken. Ik kom op mijn pad vaak een oude ietwat viezige man tegen. Viezig als in een oud zweetluchtje om hem heen, lang sluik loshangend ongewassen haar, smoezelige kleding en van alles op en aan zijn fiets wat de tand des tijds nauwelijks doorstaan heeft. Als hij mij en de hondjes voorbij fietst laat hij een zweem van een minder prettig odeur achter. Zo’n luchtje dat in je neus kruipt en nog even blijft hangen. Nu moet iedereen vooral zelf weten of hij of zij zich wast of juist niet, maar als je directe omgeving er ‘last’ van krijgt, heb je weer een stap verder gezet. Maar goed, ik ken de man niet anders, dus zelf zal hij er geen last van hebben.
Op de paden die ik met de hondjes beloop kom ik regelmatig een vrouw tegen die met haar twee hondjes ook de beweging opzoekt. Haar en mijn hondjes mogen elkaar wel en dus blijven we even staan om de hondjes elkaar te laten begroeten. Hoewel ik wel eens een ander soort gesprekje probeer aan te gaan, heeft de dame in kwestie het altijd over het weer. Bij bewolking snel even een wandelingetje maken, bij een zonnetje lekker genieten van de zon, bij regen altijd vies weer in Nederland en ga zo maar door. Ik kan het bijna dromen wat ze gaat zeggen, voorspelbaar in de ultieme vorm, maar ik vind het vooral ook grappig.
En dan de vrolijke man die met zijn grote hond lange wandelingen maakt. Een vrolijke man die altijd groet en zijn hond heeft het karakter van de baas. Echter, de hond heeft altijd een enorm kwijlsliert op, om en aan de bek hangen. Gegeven het feit dat hij een stuk groter is dan mijn hondjes, maar hij mijn hondjes wel vrolijk wil besnuffelen, valt een deel van die kwijlsliert regelmatig bij een van mijn hondjes op de kop en moet deze thuis weer ietwat opgepoetst worden. Ik laat het voor wat het is, want het is een lief beest. Maar toch … als mijn honden van die kwijlslierten hadden, zou ik een doekje bij me dragen en de hond af en toe verlossen van al het kwijl. Is het niet voor andere hondjes, dan toch zeker voor de hond in kwestie zelf.
Dan is er nog het duo identiek. Ze wandelen met een grote hond die niet goed tegen het blaffen van een andere hond kan. Laat een van mijn hondjes nu een blaffertje zijn. De honden gaan met een zo groot mogelijke boog en zo kort mogelijke riem langs elkaar heen. Nu komt dit met enige regelmaat voor en het valt me op dat ik deze personen nog nooit los van elkaar heb zien lopen met de hond. Ook is de kleding vrijwel identiek, minimaal van kleur en soms ook van model. Bovendien hebben man en vrouw iets van elkaar weg. Hoe dan ook, het ziet er voor mij uit als duo dat met de hond én elkaar verkleeft is geraakt. En dus … als ze er zelf oké mee zijn, ben ik dat ook.
En wat zullen ze over mij denken? Geen idee, maar er is genoeg. Zo praat ik tegen mijn honden, ook op straat. Zelfs wat harder en dat komt omdat mijn oudste hond echt al oud is en niet goed meer hoort. Haar tempo is bovendien als een slak, wat mij enigszins kan irriteren. Verder is zij dé optimale snuffelaar. Altijd al geweest en dus wordt een wandelingetje van een half uurtje bij mij zomaar driekwartier of langer. Verder zit een van mijn katten meestal voor het raam en als ik haar zie begin ik tegen haar te praten en soms zelfs te zwaaien, waar zij weer op reageert. Er valt dus genoeg te benoemen en dat men daar wat van denkt, interesseert mij dan weer niet.
Gelukkig dat ieder mens weer anders is …